‘Onderweg naar huis denk ik aan de betrekkelijkheid van armoede’

15 april 2024
Beeld:

Rosa Tromp | Jacob Eikelboom

Geplaatst door
Jacob Eikelboom
Op
15 april 2024

Jacob Eikelboom, al ruim zestien jaar docent op de HvA, schrijft elke twee weken een column over het verwarrende leven op en rond de hogeschool. Deze keer heeft hij het met zijn studenten over armoede en doet hij ’s avonds na de les een vervreemdende ontdekking.

Zomaar een donderdag, een paar weken terug. Mijn dag begint met een gesprek over geld en vooral het gebrek eraan. De studenten, deeltijd jaar 3, moeten een beleidsnota schrijven over het terugdringen van problematische schulden.

 

Om negen uur ’s ochtends hebben we het over de 620.000 huishoudens in Nederlands met een gemiddelde schuld van 40.000 euro. We bespreken de vraag hoe het kan dat slechts een klein deel van die huishoudens hulp zoekt. We hebben het over werkende armen. Er zijn genoeg studenten die voorbeelden kunnen noemen uit hun eigen omgeving van mensen die gewoon een baan hebben, maar niet in staat zijn het hoofd financieel boven water te houden.

In het halletje liggen een stuk of zes mensen: het Wibauthuis blijkt een nachtverblijf voor daklozen

Als ik vraag of armoede een betrekkelijk begrip is, is het eerst stil. Misschien uit fatsoen naar klasgenoten die uit ervaring weten wat armoede is, of omdat ze er nooit zo over nagedacht hebben. In Marokko betekent armoede wat anders dan hier, zegt een student. Zo komt langzaam het gesprek op gang. We hebben het over schaamte voor schulden en over nee moeten zeggen op uitjes, terrasjes en etentjes. Na honderd minuten hebben niet alleen de studenten, maar ook ikzelf veel om over na te denken. Ik verlaat hoopvol de les. Als deze studenten de toekomst van Nederland zijn, dan maak ik mij weinig zorgen.

 

Later die dag sta ik voor een groep eerstejaarsstudenten en gaat het weer over geld. Nu over gratis geld, zoals een student de verzorgingsstaat samenvat. De jongvolwassen eerstejaars zijn een stuk minder begripvol naar mensen die het financieel niet redden dan de oudere deeltijders, merk ik.

 

De vraag of armoede betrekkelijk is, ga ik vandaag niet stellen, omdat het begrip armoede überhaupt niet voor lijkt te komen in de hoofden van sommigen. En mocht dat wel het geval zijn? Dan is het eigen schuld, dikke bult, hoor ik iemand zeggen, en anderen denken. Gelukkig is er elke les altijd een student die nuanceert, die vragen stelt of een persoonlijke anekdote deelt. Zo ook deze les. Maar bij begrippen als solidariteit, zelfredzaamheid en draagvlak blijft een zekere hardheid over de medemens overeind. Mijn optimisme na de les van de ochtend is enigszins getemperd.

 

Gelukkig is de donderdag nog niet ten einde. Mijn optimisme krijgt een boost als ik de dag afsluit bij café Fest met een collega en wat van haar slb-studenten. Kritische studenten, met een scherp oog voor rechtvaardigheid en die weten hoe solidariteit er uitziet, zo blijkt uit de gesprekken.

Voor sommige studenten lijkt het begrip armoede überhaupt niet te bestaan

Studenten die luisteren naar de ander en mild zijn in hun oordelen, studenten die opkomen voor elkaar als een docent macht inzet als didactisch middel en studenten die biertjes voor elkaar halen. Eind goed al goed, besluit ik. Als ik vervolgens in de wc drie studenten op een rijtje coke zie snuiven, weet ik dat het echt tijd is om naar huis te gaan, anders zou mijn herwonnen optimisme een deuk oplopen. Mijn collega en ik laten de studenten achter. De donderdag is voor hen nog niet voorbij.

 

Ik ben al bijna 12 uur aanwezig op de Amstelcampus, zie ik op mijn horloge. We haasten ons naar onze fietsen in de stalling van het Wibauthuis. Helaas, de draaideuren van het gebouw zijn al gesloten. De zij-ingang van het Wibauthuis, tegenover Fest biedt gelukkig nog toegang met een HvA-pas. In het halletje liggen een stuk of zes mensen. Sommigen op de grond, anderen op oude matrassen, omringd door volgepropte tassen, bakjes eten en volle en lege blikjes bier. Het Wibauthuis blijkt een nachtverblijf voor daklozen.

 

Het is een vervreemdend beeld. Helemaal als er een man en een vrouw in gezelschap van een enorme pitbull binnen komen lopen via de autogarage en ons vragend aankijken. We laten de medemenselijkheid even voor wat die is en haasten ons naar onze fietsen. Onderweg naar huis schiet de donderdag aan mij voorbij en denk ik niet alleen aan de betrekkelijkheid van armoede, maar ook die van solidariteit en optimisme.