Geluk in een vertrouwd ritme: het verhaal achter de vaste gast van Café Fest

12 december 2019
Beeld:

Daniël Rommens

Geplaatst door
Kyrie Stuij
Op
12 december 2019

Bezoek je regelmatig Café Fest? Dan heb je ongetwijfeld de vaste gast aan de bar gezien. De 68-jarige Ruud Veeninga drinkt er elke openingsdag trouw zijn Vieux Sprite. Wie is deze bezoeker, die al vier jaar een bekend gezicht is in de thuishaven van de HvA-student? 

In het café op de Amstelcampus, waar het bol staat van de studenten en de hitlijst door de speaker schalt, is hij een opvallende verschijning. De 68-jarige Ruud Veeninga zit aan de hoek van de bar. Hij is klein van stuk, gehuld in een winters vest en spreekt onvervalst Amsterdams. Als hij zijn benen over elkaar slaat, glijdt zijn schoen net niet van zijn voet. 

Beeld: Daniël Rommens

‘Mag ik hier ook komen?’, vroeg Ruud toen Café Fest voor het eerst de deuren opende. Ruud vreesde dat hij op zijn leeftijd niet zou voldoen aan de typering ‘student’, maar manager Hannah Brühl verzekerde hem dat hij welkom is, net als iedereen. Sindsdien is ‘Buurman Ruud’, zoals hij bekend staat in Fest, zo goed als onderdeel van het meubilair. 

 

Vast ritme

Want het personeel kan er de klok op gelijk zetten. Om half een loopt Ruud binnen, neemt plaats op zijn favoriete plek aan de bar en bestelt gedurende de middag drie biertjes. Dan keert hij huiswaarts voor een avondmaaltijd en het AT5-journaal, om vervolgens de avond te eindigen met twee glazen VieuxVieux is een alcoholische drank, de Nederlandse imitatie van cognac. Sprite bij Fest. Nooit meer, nooit minder. En dat al vier jaar lang. 

 

Brühl staat er als manager elke keer weer van te kijken. Ze sloeg dit jaar aan het turven en kwam op 23 flessen Vieux op de naam van Ruud. Dat getal en zijn naam zijn nu geëerd op een gouden plaatje, dat sinds kort aan de bar hangt. 

 

Bingo

‘Het is de gezelligheid’, vertelt Ruud. Hij knikt naar het personeel achter de bar. ‘Ik noem ze allemaal schat. Vroeger hadden ze nog geen Vieux. Toen hebben ze het speciaal voor me gehaald. Nu hoef ik alleen maar binnen te lopen en schenken ze het al in: twee ijsblokjes, Vieux, Sprite en een roerhoutje.’ 

 

De studenten zorgen voor sfeer, vindt Ruud. Hij zal niet snel die bingoavond vergeten, toen hij twee pullen bier won en zijn prijs deelde met iedereen die er maar trek in had. Dat is niet de enige keer dat zijn kroeggenoten profiteerden van zijn aanwezigheid. Als gasten al langere tijd niet zijn geholpen, geeft Ruud het barpersoneel een seintje. ‘Dan zeg ik: ik wil me er niet mee bemoeien, maar dat groepje daar wil wat drinken.’ 

‘Goede Tijden Slechte Tijden volg ik niet meer, dat werd me te veel drama’

Ruud woont al 68 jaar in de straat achter het café. Geboren in de Tweede Boerhaavestraat en er altijd gebleven. Eerst nog samen met zijn moeder, en na haar overlijden alleen. Niet getrouwd en geen kinderen gekregen – ‘Ook nooit behoefte aan gehad.’ Hij werkte 48 jaar op de sociale werkplaats van de gemeente Amsterdam. Daar kon hij terecht vanwege de handicap aan zijn rug, die hij opliep door een ongeluk. 

 

‘Het gebeurde toen ik een jaar of elf was. Vroeger zat hier een busstation, op de plek van het Wibauthuis. Daar lagen van die grote buswielen. Ja, als kind doe je dan iets wat niet mag. Ik kroop erin en vrienden rolden de band weg. Ik probeerde er wel uit te komen, maar dat lukte niet. Toen de band tot stilstand kwam, verschoof de boel in m’n rug.’

 

Het ongeluk leidde tot een vergroeiing. Mede door een fout van een arts volgden er verschillende operaties. Hij heeft daardoor menig ziekenhuis van binnen gezien. 

Beeld: Daniël Rommens | Buurman Ruud is de eerste gast die geëerd is met een gouden plaatje in Fest

Ruud is een man van gewoontes. Al meer dan vijftig jaar staat hij precies om 05.30 uur op. En elke vakantie bracht hij door in een dorp in Noord-Holland. Daar ontstond een nieuwe traditie. ‘De hele dag op de camping hangen was niets voor mij. Vlakbij lag een wegrestaurant. Daar zei een van de serveersters: ‘‘Zeggen we soms geen gedag meer?’’, bleek dat ze m’n verpleegster was geweest in het Goois Kinderziekenhuis. Via haar kon ik in de zomer klusjes doen in de keuken van het restaurant. Dat heb ik dertig jaar gedaan.’

 

De enige gewoonte waar Ruud voortijdig mee is gestopt, is de tv-soap Goede Tijden Slechte Tijden. ‘Dat heb ik tien jaar gevolgd. Daarna werd het me te veel drama.’

Beeld: Daniël Rommens

Meneer Wibaut

In bijna zeventig jaar heeft Ruud de buurt zien ontwikkelen. Hij herinnert zich de sloop van het vroegere Wibauthuis, en de opbouw van het onderwijsgebouw zoals we dat nu kennen. Maar hij ziet ook de mens veranderen. Hoe de buurtgenoten hem vroeger bij naam kenden, en hoe tegenwoordig lang niet iedereen meer gedag zegt. Hij vertelt dat de buschauffeur vroeger zelfs voor zijn huis stopte, omdat hij wist dat Ruud op vaste dagen zijn schoonzus in Muiderberg bezocht. 

 

En dan is er nog dat raadsel in de buurt. Ruud breekt zich het hoofd over de plaatsing van het standbeeld van oud-wethouder Wibaut, eerder dit jaar. ‘Als je zo heet, dan wil je toch uitkijken op de Wibautstaat? Maar ze hebben het standbeeld zo geplaatst dat-ie met z’n neus naar de Weesperstraat wijst. Met andere woorden: de Wibautstraat kan hem de rug op.’ Ruud schudt zijn hoofd: ‘Niemand kan me daar tekst en uitleg op geven.’

 

Met zijn vaste ritme lijkt er weinig ruimte voor verrassingen of spontaniteit, maar daar heeft Ruud ook geen behoefte aan. ‘Ik heb een mooi leven. Gezelligheid ligt om de hoek, ik heb niks te klagen.’ Ook tijdens de feestdagen is er genoeg te doen. Zo staan er al twee kerstborrels op de planning. Uiteraard in Café Fest. Ruud lacht: ‘Tja, het is m’n tweede huis, hè.’