Hoe is het nu met het brein achter honderden roosters?

6 juli 2020
Beeld:

Stèfan Wienk

Geplaatst door
Suzan Stekelenburg
Op
6 juli 2020

In de zomer kijken we terug op het voorbije collegejaar. Welke plannen werden werkelijkheid, welke belandden in de ijskast? En welke invloed had de sluiting van de HvA? In de tweede aflevering: wat dacht roostermaker Stèfan Wienk toen corona zijn planning in de war schopte?

Puzzelen, schuiven en vervolgens alles weer weggooien: dat is het lot van de roostermaker. Stèfan Wienk (37) maakt samen met een collega alle roosters voor de opleidingen Creative Business en Communicatie. En net toen ze zo lekker op weg waren voor het eerste semester van het volgende studiejaar, kwam corona om de hoek kijken.

 

Plots zaten alle docenten en studenten thuis. Vanaf september wordt er in sommige gebouwen weer beperkt les gegeven, maar het overgrote deel van de lessen blijft digitaal. Even schrikken, maar omdat Wienk en zijn collega altijd acht maanden vooruit werken, was er niet direct paniek. 

‘Het grootste deel mijn werk kan ik toch weer weggooien bij een kleine verandering’

Alles voor niets 
Toch kwam de tegenslag al snel. Een van de coronamaatregelen was dat studenten geen gebruik mochten maken van het openbaar vervoer in de spits. Maar toen las Wienk in een nieuwsbericht dat dat opeens wél weer mag vanaf 1 september.

 

‘Net toen we tachtig procent van de roosters klaar hadden. We hadden zoveel berekeningen gemaakt zodat studenten in de daluren les zouden hebben, inclusief reistijd van soms wel twee uur erbij. Dat kon regelrecht weer de prullenbak in.’ Maar dat is hij gewend. ‘Het grootste deel van mijn werk kan ik toch weer weggooien bij een kleine verandering.’

 

15 duizend lessen
Als roostermaker zit Wienk normaal gesproken al regelmatig in een spagaat. ‘Wij plannen in een half jaar tijd ongeveer 15 duizend lessen in, die we handmatig in het systeem moeten invullen. Er zijn een hoop beperkingen die het plannen moeilijk maken, zoals beschikbare lokalen, genoeg pauzes voor iedereen, verlof en reistijd. Tel daar de coronacrisis bij op, dan is het een aardige klus.’

Beeld: Eigen beeld

De onduidelijkheid is het vervelendste, vindt Wienk. Toch blijft hij zijn werk met veel plezier doen. ‘Als er weer eens tien dingen worden veranderd, denk ik soms wel: houdt het nog eens op? Maar dan klap ik gewoon mijn laptop dicht en ga ik buiten zitten. Morgen weer een dag.’

 

Een beetje autistisch
‘Voor dit werk moet je een beetje autistisch zijn. Je bent de hele dag bezig met puzzelen en regelen. Maar dat vind ik leuk: ik bedenk het liefst zoveel mogelijk oplossingen. Klachten zal hij niet snel te horen krijgen. ‘Als driehonderd docenten allemaal hun eigen problemen doorgeven en vierduizend studenten erbij, kunnen we helemaal niets meer.’

Niets is zeker
‘Op dit moment zijn we bezig met het rooster vanaf september, maar in oktober gaan we het rooster voor 2021 al maken. Hoe de wereld er dan uit zal zien? Alles kan, maar ik denk dat er sowieso een tweede golf komt en we nog een jaar thuiswerken. We houden met onze planning altijd een slag om de arm.’

Een roostermaker heeft een pittig en onvoorstelbaar vak. Zouden docenten daar ook wat van kunnen leren? Zeker, volgens Wienk. ‘De laatste tijd hoor ik docenten vaak klagen over hun planning die onverwachts anders loopt. Dan denk ik: kom jij maar eens een dag als roostermaker werken. Wij maken niet anders mee.’