Pedagogiek en De Man; zo gaan ze er zelf mee om

8 mei 2019
Beeld:

Pexels

Geplaatst door
Kyrie Stuij
Op
8 mei 2019

Een ruime meerderheid van de pedagogiekstudenten op de HvA is vrouw. En dat is eigenlijk nooit anders geweest. Hoe is het om als een van de weinige mannen deze studie te volgen? En heeft het vakgebied niet juist meer mannen nodig?

Zo’n zeventien jaar geleden keek Martijn Dozy – toen student Gezinspedagogiek aan de Universiteit Leiden – eens goed rond in de collegezaal en concludeerde dat hij behoorde tot de op één hand te tellen groep mannen. In 2019 staat hij op de HvA zelf voor de klas en lijkt er niets veranderd. Binnen de opleiding Pedagogiek is de man nog altijd schaars.

 

‘Of ik het gek vond? Ja, ergens wel,’ blikt Dozy – docent en afstudeerbegeleider – terug op zijn studententijd. ‘Tijdens de hoorcolleges keek de docent vaak mij aan, puur omdat ik opviel in de groep. Opeens ben je je bewust van het feit dat je een man bent, terwijl je daar normaal nooit mee bezig bent.’

 

Man-vrouwverdeling

Dit studiejaar is tien procent van de HvA-voltijdstudenten Pedagogiek man. Een relatief ‘goed jaar’, vergeleken met 2017 (7 procent) en 2016 (3 procent). Ondanks dat de man-vrouwverdeling per jaar verschilt, zijn de verschillen nooit groot. De laatste vier jaar bestond minstens 88 procent uit vrouwelijke studenten.

Beeld: Privéarchief Gijs Stam | Gijs: ‘Soms mis ik die masculine energie in de klas.’

Tweedejaars voltijdstudent Gijs Stam (27) deelt de klas met twee andere mannen en achttien vrouwen. En dat is wennen. Zeker omdat hij twee jaar geleden de overstap maakte van de door mannen gedomineerde productie- en exportsector naar pedagogiek. 

 

‘Ik vind het jammer dat ik een van de weinige mannen ben. Het verschil in de dynamiek tussen mijn vorige werk en deze studie is enorm. Soms mis ik die masculine energie in de klas: de competitie en uitdaging, de ruimte voor intensiteit en dan weer luchtigheid en het onderlinge non-verbale begrip. Een man weet hoe een man denkt.’ 

 

Woordkeuze

Stam benadrukt dat man en vrouw zijn niet zwart-wit is en voor iedereen een andere betekenis kan hebben, maar dat hij als man in de minderheid merkt dat hij zich aanpast. ‘Vergeleken met mijn vorige baan let ik nu meer op mijn woorden. Toen ik net begon aan deze studie was ik directer. Ik zei ongefilterd wat er op mijn hart lag. In een klas met veel vrouwen werd die manier van communcieren nog weleens als een aanval gezien. Inmiddels ben ik subtieler in mijn woordkeuze en let ik meer op mijn toon. Dat maakt wel dat dingen soms ongezegd blijven.’ 

‘Je wordt als man toch bewust of onbewust bestempeld als mogelijke pedofiel’ 

Pedagogiek richt zich op alles wat met opvoeding te maken heeft. Studenten kunnen na deze studie aan het werk in bijvoorbeeld een kinderopvang, de jeugdzorg, als beleidsmaker of adviseur op scholen en in welzijnswerk- en jongerenwerk. Het beroepenveld bestaat voornamelijk uit vrouwen en dat is het zichtbaarst binnen de kinderopvang.

 

BOinK, de belangenorganisatie voor ouders in de kinderopvang, wijt de daling van het aantal mannelijke medewerkers onder meer aan misbruikschandelen op kinderopvanglocaties. Zoals de veelbesproken zaak van Robert M., die op verschillende kinderdagverblijven kinderen misbruikte en de recentere veroordeling van pedagogisch medewerker Bart C., die ontucht pleegde op een buitenschoolseopvang in De Bilt.  

Beeld: HvA | Martijn Dozy: ‘Ik denk dat de basiskwaliteiten van de pedagoog, ongeacht sekse, het belangrijkst zijn.’  

Arbeidsmarkt

Als afstudeerbegeleider heeft Dozy goed zicht op de kansen op de arbeidsmarkt voor de mannelijke studenten. ‘Helaas is er nauwelijks vraag naar mannen binnen de kinderopvang. De zedenzaken zijn voor sommige organisaties met jonge kinderen reden om helemaal geen mannen aan te nemen. Dat is zelfs een paar keer expliciet tegen me gezegd, terwijl dit feitelijk gezien discriminatie is. Tegelijkertijd zijn mannen bij Jeugdzorg en jongeren- en welzijnswerk juist zeer gewild. Als man heb je in dit vakgebied te maken met beperkingen, maar zeker ook met kansen.’

 

Voor zover Dozy het kan beoordelen doen mannen het net zo goed als vrouwen in deze studie. Maar als het aan Stam ligt zou de opleiding er goed aan doen om ook meer vanuit een mannelijke visie naar het onderwijsprogramma te kijken. ‘Dat zit bijvoorbeeld in bepaalde opdrachten. Zo moesten we onszelf filmen terwijl we gesprekstechnieken oefenden met jonge kinderen. Als je dan geen kinderen binnen je sociale kring hebt en afhankelijk bent van vreemden, dan heb je een probleem. Je wordt als man toch bewust of onbewust bestempeld als mogelijke pedofiel.’ 

‘De bewijzen voor de man als ‘noodzakelijk rolmodel’ zijn niet eenduidig’

Maatschappelijk debat

Al langer is er een maatschappelijk debat over of er meer mannen in de kinderopvang en het basisonderwijs zouden moeten werken. Deskundigen spreken elkaar hierin tegen. De een bepleit dat het kwalijk kan zijn voor de ontwikkeling van voornamelijk jongens als zij enkel opgroeien met vrouwelijke rolmodellen. De ander vindt dat vrouwen net zo goed kunnen inspelen op het verschil tussen jongens en meisjes.

 

Dozy: ‘Stoeien, kinderen even laten razen, uitdagen: het zijn vaak eigenschappen die aan mannen gekoppeld worden. Ik denk dat vrouwen dat minder snel op de automatische piloot doen, maar dat betekent niet dat het onmogelijk is om dat te stimuleren. Het is dan wel belangrijk dat de werkomgeving dat gedrag van vrouwen ook accepteert en dat collega’s daar niet gek van opkijken. De bewijzen voor de man als ‘noodzakelijk rolmodel’ zijn niet eenduidig. Persoonlijk denk ik dat vooral de basiskwaliteiten van de pedagoog, ongeacht sekse, het belangrijkst zijn.’

 

Voor Stam is het belang van een mannelijk rolmodel juist de reden om Pedagogiek te studeren. ‘Ik denk dat het heel goed is als er meer mannen in het vakgebied gaan werken. Zelf ben ik opgegroeid met een werkende vader en een moeder die voor de kinderen zorgde. Op de basisschool kreeg ik bijna alleen maar les van juffen. Ik heb daardoor wel het idee dat ik iets heb gemist in mijn opvoeding. Voor zowel jongens als meisjes is het in mijn ogen belangrijk om op te groeien met masucline én feminine energie. Als je een van die twee mist, bestaat de kans dat je jezelf niet herkent of dat je jouw gedrag of gedachten als abnormaal gaat zien, terwijl dat niet zo hoeft te zijn.’